Op hoop van zegen (4)

Laatste vlucht van ons moedertje

Het einde kwam niet onverwacht. Op 23 februari blies moeder Toos haar laatste adem uit. Een dag eerder was ik nog met haar bij de kweekduiven. Bijna smekend vroeg ze, of ze mee mocht. Moeder kon ik nooit iets weigeren. Ze kon al heel lang niet meer zelfstandig lopen en ze was sterk afgevallen, doordat ze al zeker sedert het begin van het nieuwe jaar niet meer at. Ik tilde haar op de bijrijderszitplaats van de Caddy  en zo begonnen we aan onze laatste gezamenlijke rit richting de gemeente Voorst. Er waren twee jonkies gereed om te spenen. Meestal hebben we een grote groep speenrijpe jongen ineens, maar soms lukt dat niet. Het doffertje zetten we in de mand, het duivinnetje bij moeder op de arm. Ik maakte een foto van het tafereel. “Duivin Toosje 930 gaat ons komend vliegseizoen misschien wel geluk brengen”, opperde ik. Of ze het allemaal besefte, betwijfel ik. Toch wilde ze erbij zijn. Misschien wilde ze mij een plezier doen, of zou ze gevoeld hebben, dat haar einde heel nabij was? Terug in Bathmen, zei ze , dat ze het heel leuk vond. Later op de middag kreeg ze hevige buikpijn. Zus Erna, die dicht bij “het Dijkhuis” in Bathmen woont, was erbij. “Ik ga dood”, riep ze, kermend van pijn. Erna belde de dokter. In de avond kwam de dienstdoende huisarts om moeder voor het eerst een dosis morfine in te spuiten. Dat was de afspraak, die enkele weken eerder gemaakt was. Ze had volgens het verplegend personeel een rustige nacht. De volgende dag zouden we als broers en zussen rond het middaguur bijeenkomen. De dokter zou dan beginnen met het installeren van een morfinepomp. Rond koffietijd opende ik de deur van haar slaapkamer. Het leek, alsof ze op me gewacht had. Na de begroeting wees ze met haar linkerarm naar het schilderij van vader Ernst op de muur. Dat ging moeizaam en met vertrokken gezicht. Gevolg van een schouderbreuk enkele maanden eerder. Ik dacht, dat er een vlieg op het behang zat, want een vliegenmepper had ze altijd onder handbereik. Ze probeerde me iets te vertellen, maar ik begreep haar niet. Opnieuw wees ze met haar linkerarm met haar laatste krachten naar pa. Ineens viel het kwartje. Ik stelde haar gerust en vertelde, dat ik haar begreep. Toen ging de deur open. Maud en Els, twee kleindochters vergezeld door hun moeder, kwamen binnen en schrokken zichtbaar. Moeder keek naar het schilderij, met in haar rechterhand pluchehondje “Trijntje”.  Het bed werd van de muur geschoven en Maud zetelde zich naast haar oma. Haar rechterhand op haar voorhoofd en de linkerhand op moeder’s arm. Ze prevelde troostende woorden. Moeder ademde met haar mond open en haar ogen half open. Vier volwassen mensen stonden er geroerd bij. Na ongeveer tien minuten sloot moeder haar ogen en werd de ademhaling rustiger. Vijf minuten later leek het, alsof ze in diepe slaap gevallen was. We keken elkaar aan en voelden pols en hals. Het was 11.25 uur. Ze was letterlijk weggegleden van het leven in de dood. Zonder pijn, zonder medicamenten, in alle rust omgeven door dierbaren. Zoals haar hondje Trijntje voorjaar 2022 weggleed onder mijn handen en onder liefkozende bewoording, voordat de dierenarts de laatste spuit kon zetten. In beide gevallen was de cirkel rond en kozen Moeder en Trijntje voor de natuurlijke dood op het juiste moment. We hebben er vrede mee. Moeder Toos had een mooi en goed leven, omgeven door liefde. Ze was als zevende kind de jongste thuis en bereikte de hoogste leeftijd. Ze was van 1929 en de laatste van een generatie. Een geweldige moeder, die zichzelf wegcijferde voor haar man en kinderen. Ons oudste teamlid. Nooit zal het meer zijn, zoals het was. Maar … de prachtige herinneringen zijn onuitwisbaar. Moedertje bedankt!

Zestig

Precies zestig jongen zitten er in Gietelo. Een groep van 29 en een groep van 31. Uit beide groepen moest ik één jong verwijderen. Als een jong minder vitaal oogt en achter blijft in ontwikkeling, dan moet je hard zijn. Met sterke, gezonde jongen is het al moeilijk genoeg. Vorig jaar had ik een jong, dat heel lang “kind” bleef. Op de leeftijd van acht weken, schudde ze met haar vleugels en piepte meewarig, alsof ze gevoerd wilde worden. Ik zal vast niet de enige zijn, die dat meemaakt. Martin Geven, maakte het ook mee in zijn jaren op Bussloo. “Ruim ze maar meteen op, want dat wordt nooit iets”, stelde hij onomwonden. Ik wilde de proef op de som nemen vorig jaar en liet “Pippie Langkous ‘80” tegen beter weten in lopen. Toen ze een week of tien was, liep ze binnen in Goor. Ik haalde haar op, maar enkele weken later sneuvelde ze op een africhtingsvlucht. Martin kreeg gelijk. Vorig jaar hadden we een jong met “spreidpoten” in het nest. Ik kende het fenomeen van de kuikens van de Barnevelders. Zou te maken hebben met de niet helemaal ideale temperatuur in de broedmachine. Het duifje kreeg elastiekjes om de knijpringetjes om beide poten. Dat zou het euvel moeten verhelpen. Ik was vertederd door de gedachte aan Jan ten Hove. Een dapper klasgenootje van de lagere school met polio. Aan Jan bewaar ik goeie herinneringen. Hij stierf, toen ik in Duitsland in militaire dienst zat. Het duifje met de spreidpoten werd geen succesnummer!  Joke Geven was een echte dierenvriend. Lapte gewonde dieren op en deed alles om ze in leven te houden. Martin was ook gek met dieren, maar hij kende geen genade. Toen Joke in 2016, na het overlijden van Martin op 1 juni dat jaar, in zijn voetsporen trad, was ze ook in de benadering van zieke en zwakke dieren allang op de golflengte van Martin gekropen. “Steek je energie in sterke en gezonde dieren. Met zwakkelingen blijft het pappen en nat houden”. Survival of the fittest. De havik van Bussloo, die dagelijks op de loer lag, maakt een mens realistisch!  “Maak je niet druk om duiven die verloren gaan. Richt je op de duiven die je nog hebt”, is een troostende uitspraak van Martin op dagen, dat havik of slechtvalk zijn of haar slag slaat.

Vlierbes

Er is een tijd geweest, dat ik wel tien grote flessen vlierbessensap verbruikte in één duivenseizoen. Dat was in de tijd, dat we nog niet goed wisten, wat we met coli aan moesten. Ik geloofde heilig in de preventieve en zelfs curatieve werking van dit sap. ’s Avonds gooide ik een kwartliter op een emmertje voer, liet het een nachtje impregneren en maakte de kliederige massa rul met gedroogde klei, veengrond en allerhande mineralen. Met name de piepers reageerden prima op deze doenwijze, die ik wekelijks toepaste. Toch kregen de junioren gewoon coli. Hadden ze het eenmaal, dan gingen er ook gewoon een paar dood, ondanks de vlierbessenkuur. Het is dus geen “wondermiddel”. Toch haalde ik onlangs weer 5 flessen vlierbessensap. De toepassing is nog steeds hetzelfde. De klei, veengrond en mineralen zorgen voor het reinigen van het inwendige van de duif en het stelt de duif in staat eventuele tekorten aan te vullen. Frits Hulshof uit Brummen, nam deze doenwijze in een grijs verleden van me over. Hij haalt de zorgvuldig gekozen klei uit de polder en gelooft heilig in de nuttige werking. Ik gebruik als klei uit gemakzucht de “Taubenkuchen” van Backs. De flessen vlierbessensap haal ik in het boerderijwinkeltje van Corrie in Voorst. Het is geen wondermiddel, maar ik voel me er goed bij. Nog steeds is het adagium in Gietelo:  “Blijf zo dicht mogelijk bij de natuur”.

Onderhoud

Rituelen bepalen voor een belangrijk deel mijn duivenhobby. In het voorjaar begin ik steevast met het bestellen van de filters voor het komende seizoen. Een stuk of tien verbruik ik er. Als de filters verzadigd raken, begint de helm te piepen. Als het om gezondheid gaat moet je niet verkeerd bezuinigen. Ruim veertig jaar geleden (1982) werd in het ziekenhuis onomstotelijk aangetoond, dat ik lijd aan een ernstige vorm van allergie. Ik krijg bij blootstelkling aan duivenstof (uit mest en veren) flinke koorts, griepverschijnselen en overvloedige slijmvorming met benauwdheid op de koop toe. Als ik bij elk contact met duiven een goed werkende overdrukhelm en beschermende kleding (overall) draag, kan ik mijn hobby gewoon uitoefenen. Volgens John Freriks van Koudijs, ben ik de trouwste klant van ademhalingsbeschermingsmiddelen.  Ben aan mijn derde “Kite” begonnen vorig jaar en herinner me ook wel een stuk of vier “Engelse helmen”. Deze waren heel degelijk en konden tegen een stootje. Onderdelen zijn allang niet meer leverbaar. De accu droeg je aan de broekzak en was verbonden door een stroomkabel. Soms bleef de kabel ergens achter haken en ook de actie-radius was beperkt. Dat was toen een duidelijk nadeel. Voor  liefhebbers, die nu nog nergens last van hebben, kan ik niet genoeg benadrukken: denk aan je gezondheid!  Stof is slecht voor je longen en krijg je last van allergie, dan ben je helemaal in de aap gelogeerd. Draag een vorm van ademhalingsbescherming met P3 filters. Dan voorkom je op termijn een hoop ellende! Ben je inmiddels allergisch, dan zijn er nog steeds mogelijkheden. Maar …. voorkomen is beter dan genezen en je gezondheid gaat boven alles. Dat moest ik even kwijt. Andere rituelen in het voorjaar zijn schoonmaak en onderhoud aan de hokken. In het kasthok begonnen de gaaspanelen iets door te zakken. Met aluminium kokerprofiel kon ik dit euvel vrij simpel verhelpen. Aan de rennen van hok 1 en 2 begonnen verduisteringspanelen last te krijgen van houtrot. Met trespapanelen van een tweedehands materialenhandel heb ik het probleem definitief opgelost. Ook heb ik een kuub scherp zand uit de hokken verwijderd en een bigbag schoon metselzand in de hokken verspreid. Daarvoor had ik alle plafondpanelen uit de hokken gehaald (demontabel). Ongelooflijk hoeveel stof zich in één  jaar afzet. Slecht werk en binnen enkele dagen kon ik een stoffilter vervangen. Komende week ben ik nog wel enkele dagen aan het soppen in en om de hokken. Groen uitgeslagen spoetnikken, mosvorming op tegels en golfplaten, ben nog lang niet klaar. Niet echt leuk werk, maar … het hoort erbij.

Doffers

Heb het gevoel, dat net als vorig jaar, de duivinnen dik in de meerderheid zijn. Uit een blauwe stamdoffer met zijn vale duivin kweekten we dit voorjaar 5 nazaten. Vijf blauwtjes en dan weet ik: vijf duivinnen. Bij andere koppels heb je niet die zekerheid. Vrij veel koppels met twee duivinnetjes in het nest. Ik zie liever twee doffers in het nest, maar dat gaat niet op afroep. ’t Is wat het is. Maandag ga ik met de jongste groep naar Robert Kasperink. De enting voor paramixo-rota. In voorgaande jaren wachtte ik vaak tot het moment dat alle jongen voor onszelf waren afgezet. Nu kiezen we voor meteen enten en later nog een gezamenlijke tweede enting. Paramixo-rota. De combi met herpes is ook beschikbaar, maar ik herinner me artikelen van dierenarts Henk de Weerd, die daarin geen pleitbezorger was van die combinatie. De pokkenenting doen we begin juni met “het borsteltje”. Intussen hoor ik gemorrel aan de deur, ten teken dat José terugkeert van de sportschool. Tijd om de laptop te sluiten en het getikte per mail aan Albert te sturen, die het op zijn beurt plaatst op de teamsite. Ieder teamlid zijn ding!   (wordt vervolgd)