Op hoop van zegen (5)

Roofvogels

Gisteren zag ik het mannetje van de havik tussen mijn eerste groep van 29 junioren duiken. Hij miste en gisterenavond zaten er gewoon nog 29. Ik schreef het eerder. De mannetjeshavik is druistig. Wil zich bewijzen richting zijn partner, maar heeft minstens tien kansen nodig om één keer te scoren. Het volwassen vrouwtje van de havik daarentegen is precies omgekeerd. Ze jaagt kortstondig en is dodelijk effectief. Het valt me trouwens op hoeveel “prietpraat” er over roofvogels verkondigd wordt door postduivenhouders. In Gietelo zit ik al jaren in de frontlinie. Ben geen roofvogelexpert, maar weet wel waar ik over praat. Daarom vanuit mijn eigen ondervinding wat nuttige informatie over dit onderwerp

Torenvalk

Klein roofvogeltje. Zie je vanuit de auto langs de snelweg vaak “biddend” boven berm en landerijen. Jaagt vnl. op muizen. Onze duiven hebben er niets van te vrezen!

Buizerd

Het fabeltje, dat roofvogels uitsluitend jagen op zieke en zwakke dieren, is gebaseerd op de jachttechniek van de buizerd. We zien ze vaak cirkelend hoog in de lucht met soortgenoten en gebruik makend van thermiek. Een echte aaseter. Pakt ernstig verzwakte prooien en onnozele (half)tamme vogels, haasjes en konijntjes. Een dood gevlogen, of ernstig verminkte postduif onder de hoogspanning, is de enige postduif die eindigt als feestmaal voor de buizerd. Buizerds hebben derhalve geen schutkleur nodig. Je ziet ze in licht-  en donkerbruin tot bijna zwart. In 2024 vloog er rond Gietelo een bijna wit exemplaar. Een passerende oud-collega had het zelfs over een “sneeuwuil”. Ik zie graag veel buizerds in Gietelo.

Sperwer

Alom aanwezig. In stadsparken en in steden plotseling opduikend en jagend langs coniferen en gebruikmakend van de “verrassingsaanval”. Het mannetje van de sperwer is duidelijk kleiner. Pakt mussen en kleine zangvogeltjes. Mevrouw sperwer is duidelijk groter en gek op onze duiven. Een sperwer moet haar prooi overrompelen. Een in de tuin lopende postduif of een op het dak rustende duif zal ze proberen te verrassen. Vliegende duiven hebben van de sperwer niets te duchten. De sperwer heeft relatief lange poten, die dun zijn als luciferhoutjes. Bij jonge exemplaren zijn de zilverwitte dwarsstrepen eerder gelig van kleur. Jonge vrouwtjes, die hun jachttechniek nog niet verfijnd hebben, kunnen in het voorjaar heel vervelend zijn voor klein pluimvee, duiven en vogeltjes in volieres. Doordat ze door honger gedreven tegen het gaas gaan hangen, zorgen ze voor grote onrust en paniek

Havik

Van nature een wat schuwe woudvogel. De havik jaagt in tegenstelling tot de sperwer in de lucht. Een talentvolle jager met een scala aan jachttechnieken. In Gietelo is de havik verantwoordelijk voor zeker 90% van alle roofvogelslachtoffers. In Bussloo bij Martin & Joke Geven, was de havik ook een voortdurende plaag. Soms dacht een duif daar slim te zijn, door zich in een boom te verstoppen. Een vrijwel zeker doodvonnis, want tussen de takken van de bomen is de havik superieur in wendbaarheid en snelheid. Jonge duiven, die nog niet goed in een koppel vliegen, worden in Gietelo simpel uit de lucht geplukt. Als een vrouwtjeshavik zich boven de rondcirkelende koppel duiven heeft geposteerd, boven het hok bijvoorbeeld, gaan alle alarmbellen rinkelen. De groep wordt dan a.h.w. naar beneden “gedrukt” en dat levert veel dode en gewonde duiven op. In panische angst cirkelen de duiven soms op minder dan een meter hoogte en botsen tegen waslijndraden en allerhande obstakels. Duiven belanden in heggen, in schuren en tegen ruiten, met poot- en nekbreuken als gevolg. Dan zie ik liever het “luchtgevecht” op grote hoogte. Een duif, die in paniek de koppel verlaat, is vaak het haasje. Als duiven regelmatig met haviken te maken hebben, kiezen ze door ervaring wijs geworden, voor de optie vluchten.  Gewoon na een kwartiertje terugkeren als de kust veilig is. Haviken zijn opportunisten. Als ze in de gaten krijgen, dat de duiven compact blijven en vluchten, geven ze hun poging op en zoeken een gemakkelijker slachtoffer. Pa en moe havik kunnen beiden een duif “slaan” in de lucht. Moeder is slimmer en doeltreffender en vliegt met speels gemak met een duif in haar klauwen weg. Haviken hebben net zo’n gelig jeugdkleed als de sperwer. De poten van een havik zijn duidelijk grover. Sperwers hebben poten als luciferhoutjes, haviken poten als krielkippen. Dat is een belangrijk herkenningspunt. De havik is schuwer.

Slechtvalk

De snelste roofvogel!  “Wanderfalk” zeggen onze oosterburen. Dat geeft aan, dat slechtvalken een groot jachtterrein hebben, dat zich over vele kilometers kan uitstrekken. Postduiven zijn erg bang voor slechtvalken. Het zijn “stootvogels”. Met duizelingwekkende snelheid duiken ze van grote hoogte op hun vliegende prooi. Dit veroorzaakt zo’n klap, dat de duif in de lucht de rug breekt. Soms werken slechtvalken samen als ze jagen. Hun nesten zitten in de vrije natuur op rotswanden. In ons land bouwen ze hun nest op torens, fabrieken, hoge silo’s e.d. In Apeldoorn, Deventer en Zutphen huizen slechtvalken. Op ruïne “de Nijenbeek” zat ook een paartje. Dat is hier 1500 meter vandaan. Trouwe supporter Rini, die zelf met zijn jachthonden goed thuis is in de natuur, meldde me dat er op “de Nijenbeek” geen slechtvalken meer zitten. Slechtvalken zullen vast ook stadsduiven opruimen, maar wie zijn hok in de buurt heeft van het nest van de slechtvalk, kan de lol op! Ik hoop, dat mijn bijdrage U iets wijzer gemaakt heeft. Roofvogels zijn prachtige vogels, die ook willen eten, net als U en ik. Toen in 2016 een zeer waarschijnlijk ontsnapte havik hier in Gietelo een schrikbewind uitoefende en loslaten van de duiven onmogelijk werd, stond ik op het punt om met de duivenhobby te stoppen. Zestig stuks werden er door “het monster van Appen” verschalkt tot het moment, dat ze waarschijnlijk zelf te grazen genomen werd. Toen normaliseerde de toestand zich. Met tien roofvogelslachtoffers op jaarbasis kan ik  goed leven. We wonen in de “groene long” van de gemeente Voorst. Aan alle kanten omgeven door natuur. “Ekeby”, Appense Veld, recreatiegebied Bussloo, de bomendijk van landgoed “de Poll”, de uiterwaarden van de IJssel en landgoed “Beekzicht”. We hebben de lusten van een prachtig woon- en wandelgebied en daar horen de lasten ook bij. Niet klagen, maar dragen!

Duiven

Zeventig junioren huizen er in Gietelo. Wat zou ik zijn zonder compagnons? Komende week komen er nog acht bij en dan ben ik op tal. Nu moeten er nog twintig Lady’s Leagueringen aangeschoven worden voor José. Die komen op het “kasthok”.  In de eerste week van april verwacht ik de duifjes voor José en half april hoop ik “vol” te zitten in Gietelo. Als alles naar wens verloopt kunnen we ook de “bonduiven” in de tweede helft van april afhandelen, met dank aan onze voedsterduiven. We proberen er een erezaak van te maken. Vorig jaar nodigden we de bonnenkopers op dezelfde dag uit. Rutger Slagman uit Rijssen had een goeie hand van uitzoeken. Zijn bonduif werd bij hem de beste van het hok. Ik kan me herinneren, dat de ’93, een simpel blauw duifje, bleef zitten op die zaterdag. Niemand zag er iets in. Noodgedwongen zette ik het duifje bij mijn laatst gespeende jongen. Eindigde wel bij de twintig beste nationale duiven voor Olympiadecriteria en bij de beste asduiven van de kring. Ook dit jaar willen we weer een afhaaldag voor bonduiven houden. Zullen duifjes van onze beste koppels zijn. Liefhebbers willen graag iets te kiezen hebben. Je kijkt er wel op, maar niet in! Volgende week zondag gaan we naar Raymond Ramaker in Den Ham, om onze enige bon van 2024 te verzilveren. Sander wil mee. Zoek ik bij voorkeur een doffertje uit, als er iets te kiezen valt en noem hem dan “Raymond”.

Kweekbestand

In het verleden vond ik het altijd een uitdaging om duiven van anderen te testen. In het begin  was ik niet erg selectief. Gaandeweg veranderde dat. Ik wilde geen fondduiven, ik wilde optimaal gezonde duiven (anders wordt het niks) en nog later kon ik topduiven eisen. Er kwamen duiven van Gaby, van Gerard, van Pieter, van Willem, van André en Bert, van Stefaan en van Leo en van andere grote namen. Niet rechtstreeks natuurlijk, maar wel “warm” en uit de beste bloedlijnen. Dat is verhelderend en leerzaam. Als je jaar in jaar uit begint met dezelfde bloedlijnen, wordt het ook saai. In mijn jonge jaren waren er ook meerdere vriendinnetjes. Een “womanizer” of “vrouwenverslinder”was ik zeker niet, maar meteen met je eerste vriendinnetje gaan samenwonen, leek me geen goed plan. Een mens wil vergelijken, wat past er bij je en waar kom je het verst mee? Met duiven is het niet anders. Zo kreeg ik, met dank aan de mensen die me testduiven verschaften, een aardig beeld van de intrinsieke kwaliteiten van verschillende duivenstammen. Waar ik het best mee geslaagd ben?  Ooit dacht ik met asduiven ver te komen. Meteen na mijn herstart in 2009 hadden we de 1e asduif van de afdeling GOU. Ook in 2016 behaalden we die titel. Achteraf zijn we met die duiven op het kweekhok niet echt geslaagd. Blind varen op de grote namen en op de bekende “hypeduiven”, daar heb ik nooit in geloofd. Wat bleken uiteindelijk de duiven, waar we verder mee kwamen?  Het sleutelwoord is afstamming of genenstapeling. We kregen de beschikking over een fantastische doffer met grootouders, die stuk voor stuk een Olympische titel of NPO-zege hadden behaald. Een stamkaart, waar de bewezen kwaliteit van afdruipt. Blijkt zo’n prepotente duif goeie nafok te geven met meerdere partners, dan kom je in de buurt. Geven de kinderen en kleinkinderen op hun beurt de goeie eigenschappen gemakkelijk door, dan zit je op een goudader!  Eureka!  Vaak zijn asduiven min of meer toevalstreffers, geboren uit min of meer “gewone”duiven. Ga je er mee kweken, dan geven ze “gewone” duiven en geen asduiven. De stamkaart is dus wel degelijk van groot belang. Wat er niet in zit, zul je er niet uithalen. Zoek naar erfkracht bij duiven uit een rijk getalenteerde lijn met overtuigende prestaties. Mijn ervaring: wat echt goed is, komt snel. Geduld is goed, als het niet te lang duurt en staar je niet blind op prestaties elders, die op jouw hok niet uit de verf komen. Goeie duiven zijn vaak mooie duiven. Een uitspraak van André Roodhooft. De man , die bij Natural duizenden jonge duifjes door zijn handen zag glijden en thuis op eigen hok geweldig presteerde met zijn eigen duiven. Ik deel die ervaring.  (wordt vervolgd)