Focus 2013
Freek's Focus (7)
Haviken broeden later!
Met in het oosten het IJssellandschap, in het zuidoosten de Halmen, zuidelijk de kolken met het Rosenthal's bosje, zuidwestelijk het Appense Veld, vervolgens landgoed Beekzicht met "Ekebij" , overgaand in grondgebied van landgoed "de Poll", het recreatiegebied Bussloo en de cirkel eindigend op de fameuze "Bomendijk" in het noordoosten, wonen we in de bosrijke groene long van de gemeente Voorst. Ree, ijsvogel, das en vos leven en wonen er op slechts honderden meters afstand, waar ook de haviken hun territorium hebben. Vorig jaar waren de haviken in de maanden maart en april erg vraatzuchtig. Zo rond 10 mei werd het toen rustig. Als moeder havik haar legsel voltooid heeft, gaat ze ongeveer 5 weken broeden. Wanneer de eieren uitkomen, houdt ze de eerste periode de jonkies warm. In die broedfase ruit de havik. In de praktijk betekent dit dat er in deze fase nauwelijks iets te vrezen is voor de postduivenhouders. De mannetjeshavik jaagt en van hem hebben de duiven aanzienlijk minder te duchten. Als moe weer mee gaat doen met de jacht, is ze trager en zijn de duiven sneller en attenter geworden. Voor haar ligt de focus op andere prooi in het vrije veld, zo lijkt het. Als ze zich toch met de duiven bemoeit, werkt ze als trainingsstimulator die de compacte groep op scherp zet. Dit jaar lijkt alles anders. Vrijwel dagelijks plukt ma havik hier een jonge duif uit de lucht. Vanochtend sneuvelde de laatste. Het ritueel is steeds hetzelfde, op het tijdstip is geen peil te trekken. 's Avonds na 17 uur, als ik terugkom van mijn werk, trek ik de kleppen open en ga vervolgens de piepers jassen. De andere piepers fladderen dan wat om het hok en zo nu en dan maakt er eentje een schichtig rondje. Vanuit het keukenraam werp ik zo nu en dan een blik. Als het eten opstaat snel de hokken kuisen tussen de bedrijven door. Dan zie je niet wat er in de lucht gebeurt. Als ik ze om 18 uur binnenroep is er steevast eentje weg. Spoorloos. Dan weet je, dat de havik weer langs geweest is. Vandaag liet ik ze om 8 uur 's ochtends los. Ik moest om 13 uur beginnen op mijn werk en zou ze dus rond het middaguur afvoeren en verduisteren. De jonkies schoten vanochtend de lucht in. Nog steeds kris kras alle richtingen uit. Al snel landden ze stuk voor stuk op het hok. Van vliegen in een koppel is nog totaal geen sprake. Mijn enige donkere witpen bleef als enige vliegen. Frivool en dartel doorkliefde hij het luchtruim. Ik had zo'n voorgevoel dat zijn levenslust zijn ondergang zou worden en nog geen minuut later tekende zich zijn doodvonnis af. Vanuit het westen naderde moe havik, een kraaienescorte in haar kielzog. Door de drukte van de kraaien bleef de donkere witpen vliegen. Moe havik leek in oostelijke richting weg te vliegen. Terwijl de kraaien triomfantelijk omkeerden, maakte de havik hoogte en boog toen af. Ik schat dat ze op ongeveer 150 meter hoogte vloog en de witpen maakte nietsvermoedend zijn frivole rondjes op naar schatting 40 meter hoogte. Ineens trekt de havik haar vleugels langs het lichaam en in een duizelingwekkende glijvlucht suist ze richting het hulpeloze jong. De trefkans is in deze situatie 100%. Moeiteloos grijpt ze haar prooi, alsof ze een schepnet heeft en vliegt er mee weg als een zware legerhelikopter met een tank. De natuur is meedogenloos en indrukwekkend, maar ik heb dit schouwspel te vaak gezien en wordt er naargeestig van. Hier fokken we geen jongen voor!
Martin Geven zei het enkele weken geleden al. De natuur loopt achter door de lange winter. Bovendien werden de haviken afgelopen voorjaar verstoord in onze omgeving door het rooien van bomen in de omringende bossen. Mogelijk zijn de haviken wel twee weken achter op schema en blijven de dagelijkse aanvallen van moe havik voortduren. In dat geval kan ik twee dingen doen. Gewoon doorgaan met loslaten en accepteren, dat er dagelijks een jonge duif gepakt wordt. Of ..... het loslaten een week opschorten. Een dilemma overigens, want over 7 weken is de eerste prijsvlucht en een deel van de jongen is nog niet buiten geweest en het andere deel heeft nog moeite om de valplank terug te vinden en is zo groen als gras. Ik heb echter geen zin om de jonge duiven als kanonnenvoer op te offeren in een oneerlijke strijd.